Kunstpakket 19

“Waar het spoor van de natuur en dat van de mens elkaar ontmoeten, tellen de uren niet.”

In zijn werk zoekt Hugo Duchateau (°1938) naar de fundamenten van de schilderkunst en stelt de vraag naar de relatie tussen natuur en cultuur.  In zijn twee “Corvo” schilderijen (1994 en 2013) ligt de verf zo dik op het canvas dat het lijkt alsof de gekleurde pasta rechtstreeks uit het doek komt en zo een oneffen oppervlak creëert vol reliëfeffecten. Dit doet denken aan de impasto-techniek van Vincent Van Gogh (1853 – 1890) waar je de klodders verf bovenop het kunstwerk ziet liggen. Het zorgt voor een bijzondere dynamiek in de intense kleurwerking.

Geen dikke reliëftexturen op de composities van Vincent Van Den Meersch (1912 – 1996), maar wel een dynamiek die ontstaat tussen geometrische figuren die mekaar nochtans niet overlappen.

De balken en ruiten in de compositie uit 1980 suggereren de eeuwenoude vorm van een piramide. Door de vlakken en kleureffecten met onder- en bovenaan een strook zwart, verschijnt er een diepte-illusie op het verder vlakke canvas.

De toegewijde repetitieve handeling met ecoline en Oost-Indische inkt op Nepalees papier in het werk van Ado Hamelryck (°1941), schept schoonheid en brengt rust.

De zorgzaamheid van Urbain Mulkers (1945 – 2002) waarmee hij perfecte parallelle diagonalen in potlood tekent waar bovenop hij een klein wit vlak plaatst, creëert een ijle ruimte zonder referentiepunten of concreet overzicht.  De schaduw van dit kleine vlak op de diagonalen draagt bij tot de illusie van ruimtelijkheid.

Ook Piet Stockmans (°1940) speelt met een repetitieve ruimtelijke overlapping van porseleinen elementen. Dit prachtige werk wordt samengesteld door porseleinen plaatjes kruisgewijs op mekaar te stapelen zodat de omtrek van het geheel een ster vormt.